woensdag 14 september 2011

Procida



Ik ontwaak in een zee van rust op het eiland Procida. Die rust houdt bij het verlaten van het hotel al snel op. Hier loopt een voor dit eiland zo kenmerkend smalle straat, waar ondanks het gebrek aan ruimte auto’s, motorino’s en mini versies van vrachtwagens veelvoudig doorheen scheuren. Het is zo smal dat de spiegels moeten worden ingeklapt om de straten te passen. Voor een voetganger is het goed oppassen en soms ronduit gevaarlijk om zonder zicht op wat komen gaat door de bocht te lopen.

Gisteren gaven Patricia en ik een lezing voor een groep internationale studenten, allen Nederlands studerend op universiteiten in o.a. Salamanca, Napels en Hamburg. Wij waren uitgenodigd door de Taalunie om in een week die in het teken stond van de Nederlandse taal een culturele noot toe te voegen aan het aanbod van de cursus. Na afloop van de presentatie dineerden wij aan grote tafels. Het gesprek ging over calvinisme en de Nederlandse cultuur. Ik sprak lang met Eva, een Madrileense die enige tijd in Zeist heeft gestudeerd. Haar ongeremde kritiek op de Nederlandse cultuur werkte verfrissend en bevrijdend. Nederlanders onder elkaar zouden dit onderwerp liever vermijden, de gemiddelde Nederlander houdt niet van kritiek op zichzelf.

Het eiland Procida is pittoresk en onwaarschijnlijk mooi. Het is een van de eilanden voor de kust van Napels dat nog aan het tourisme lijkt te zijn ontsnapt. Met name de film Il Postino maakte het eiland bekend en op sommige plaatsen op het eiland wordt hier nog aan herinnerd.
Er hangt echter ook een donkere wolk boven het eiland, getuige de overal aanwezige protest uitingen: Liberti Subito!
In februari werd de Italiaanse olietanker Savina Caylun door vijf piraten aangevallen. De aanval vond plaats op zo'n 880 zeemijl van Somalië en 500 mijl van India", met aan boord negen matrozen van het eiland Prochida. Sindsdien zitten de mannen en familieleden of bekenden van veel Procidanen vast. De Italiaanse regering kan of wil niets doen. De diplomatie met Somalie is door gebrek aan zittend bestuur in het land vrijwel onmogelijk. De situatie is uiterst precair, geweld kan niet worden gebruikt om de zeelieden te bevrijden, men leeft immers op een drijvende bom. Het losgeld dat in februari werd gevraagd is inmiddels verhondervoudigd.

zondag 11 september 2011

Scampia


Op het eerste gezicht lijkt het restaurant gesloten, tafels staan opgestapeld langs de muren. Een zwaarlijvige man met vingers als worsten en een vetkwab in zijn nek gebaard ons uitnodigend naar binnen. Binnen is het nog warmer dan buiten, de pizzaoven draait er op volle kracht. We bestellen pizza margharita en terwijl we wachten arriveert een tweede zwaarlijvige man, zijn broer. Er blijken er elf te zijn en gedurende de maaltijd komen er nog een aantal voorbij.

Scampia is de eerste wijk van voor de werkloosheid van Napels, gebouwd na de aardbeving van 1980. De gebouwen Le Vele (de zeilen) zijn het bekendste embleem van de ernstige armoede en sociale problematiek. Le vele staan onder druk, sommigen zijn al gesloten maar opnieuw gekraakt. De gemeenschap probeert met de bouw van een nieuw sociaal woonproject pal naast het complex het tij van zware criminaliteit en sociale wanpraktijken te keren.

De mensen die we tegenkomen benaderen ons uiterst vriendelijk, zij zijn het imago van de wijk zat. De kruidenier van een winkel tegenover een Vela is er zich bewust van hoe zijn wijk van buitenaf wordt gezien. Hij doet alsof hij mijn camera wil stelen en trekt gekscherend aan de cameraband.
Later is hij bereid mee te werken aan ons fotografie verzoek en organiseert toegang tot het dak. De perfecte locatie voor een detail opname van het wonderbaarlijke gangenstelsel tussen de tweezijden van het symmetrische gebouw. Achter Le Vele ligt een groot park er verlaten bij. Het gaat zwaar gebukt onder vandalisme. De vijver in het midden staat droog en meerdere elementen in het park tonen het verval.

Op weg naar de metro roept een man waarom ik een foto maak. Een jongen op een motorino komt aangesneld om polshoogte te nemen. Hij adviseert geen mensen in beeld te brengen, dat zou de argwaan alleen maar aanwakkeren.

zaterdag 10 september 2011

Straatverkopers


Halverwege gaat Via Roma over in Via Toledo. Het prachtige café Geraldi schenkt stroperige espresso’s, het terras biedt uitzicht uit op een pleintje waar straatverkopers hun waren aanbieden. Een kartonnen doos fungeert als basis voor een plank waarop de koopwaar is uitgestald.
Zodra de politie in het zicht komt maken de verkopers aanstalten om zich uit de voeten te maken. Vandaag is het rustig want de politie bevind zich verderop in de straat. Daar waar de Afrikanen met lakens vol handtasjes op een neer the Spanish quarter in lopen. Het is een merkwaardig tafereel en een bittere waarheid voor hun bestaan. Ik spreek met Fari uit Benin. Eerst is hij wat achterdochtig maar later wordt hij toegankelijker. Zijn collega’s kijken wantrouwend toe, ze hebben mijn camera gezien. Ondertussen wordt de straat nauwlettend in de gaten gehouden.
De politieauto rijdt heen en weer over een strekke van 200 meter. De jongens hebben nauwelijks een kans om hun waren neer te zetten in de winkelstraat.
Fari verteld vandaag nog maar een half uur aaneengesloten te hebben kunnen staan, er is nog niets verkocht. De verdere van de morgen bracht hij door vluchtend voor de Polizia Municipal.

vrijdag 9 september 2011

Centro Direzionale di Napoli


Het plan om centro direzionale di Napoli te bouwen ontstond al in de jaren zestig, maar pas in 1982 werd het ontwerp toevertrouwd aan de Japanse architect Kenzo Tange. Geïnspireerd door de ideeën van Le Corbusier werd hier scheiding van voetgangers en autoverkeer succesvol toegepast. Een ontsluitende weg doorkruist het gebied op een sous level en geeft toegang tot parkeergarages en aansluitend vervoer. Aan de openlucht zijde is de infrastructuur bedekt met groen zones. Al oogt het gebied futuristisch heeft verval reeds toegeslagen. De omringende gebieden zijn nog altijd oud industriële zones, braakliggende terreinen en loodsen die nu gebruikt worden als alternatieven voor het parkeerprobleem rond de wijk.
Het administratieve centrum van Napels heeft last van verzakking. Al is er geen gevaar voor instorting zakt het centrum ieder jaar een paar centimeter als gevolg van watervervoerende lagen onder de grond.
Dat water al eeuwen geleden ondergronds werd getransporteerd zag ik tijdens een tocht door de gangen van Napels Sotterannea. Een ondergronds gangenstelsel met aquaducten en waterbassins dat in de Griekse en Romeinse tijd ontstond door de delving van tufsteen. Het 400 kilometer lange gangenstelsel ligt onder de oude stad en vormt de basis van Napels verticaliteit. Gebouwen ontstonden immers boven de plaatsen waar het bouwmateriaal uit de grond omhoog werd gehaald. Daarnaast bestond in oude tijden de regel om binnen de stadsmuren uit te breiden, dus de hoogte in.

woensdag 7 september 2011

Napels



Een reis naar Napels duurt gemiddeld een paar uur, maar deze keer wegens vertraging en een afgelastte aansluitende vlucht ruim 12 uur. Een geimproviseerde reis met een omweg in een mini jet naar Salerno. Daar stond hulp klaar ingeschakeld door vrienden ter plaatse. Eerst een 20 minuten durende avondrit in een oude Fiat naast een zwijgende man die later politeman bleek te zijn. Af en toe nee schuddend achter het stuur, want de aansluitende trein in Salerno zou onmogelijk worden gehaald. Wie nu te laat was of wie op tijd is nog altijd onduidelijk, want even later zat ik toch in een rijdende trein.
In de voorste wagon bleek ook een meereizende collega van de vrienden ter plaatse aanwezig, per telefoon ingeseind en uiterst bereidwillig om mij op te wachten op het perron van het eindstation. Een lange wachttijd in stilzwijgen voor het station van Napels volgde, waarop werd niet duidelijk. Tot twee mannen in een auto arriveerden, die me meenamen naar het politiebureau van de stad. Door de vrienden ter plaatse werd ik hier opgewacht.
Nu werd ook duidelijk dat alle hulp tijdens de reis tot het politie gilde behoorden en niet te beroerd om de gestrande reiziger uiterst efficient en zonder omhaal op te vangen. Nog een laatste rit achter op de scooter bracht mij ruim een etmaal later bij het huis van Patricia. Een prachtig oud huis met een patio en vanaf de vierde verdieping ruim uitzicht over de stad en de vulkaan Vesuvius. Van hier uit hoop ik de komende dagen een aanleiding te vinden om in deze stad te fotograferen.

donderdag 7 juli 2011

Nieuw leven


Het is enige weken stil geweest op deze plaats. Het verlies van mijn dierbare vrienden was de oorzaak. Nog steeds waren hun geesten in mij rond, op verloren uurtjes, of opeens, uit het niets, aan de grond genageld. Vandaag wachtte de taak om de werken in consignatie bij de galerie te inventariseren en gereed te maken voor transport.
Het inpakken van werken bleef mij de laatste jaren het liefst bespaart, het was niet mijn favoriete bezigheid. Vandaag kon het niet anders, ik bevond mij in de achterruimte van de galerie, op het tapijt, waar een paar weken geleden nog de prachtige kisten met bloemen stonden. Wat een klusje voor de ochtend leek duurde de hele dag. Het voelde loodzwaar om mijn eigen werk uit jaren in handen te hebben. Aan ieder werk kleeft nu nog een andere herinnering dan het fotografie-moment. De keren dat ze werden getoond op beurzen en in tentoonstellingen. En alles wat daarbij gebeurde.
Wat een feest om aan het einde van de dag te kunnen kiezen voor leven. De droevenis achter mij te kunnen laten. In de ogen te kunnen kijken van de jongste liefde uit mijn leven, mijn dochter Mila. Zij weet van niets, zij kent niet zulk verdriet. Voor haar ligt de wereld open en ieder detail dat haar opvalt volgt zij.
Een stofje dat over de grond waait of een mier die haar kruippad kruist. Voor haar even gelijkwaardig als het mooiste speelgoed.

zondag 12 juni 2011

Plaats des onheils


Ik reis naar Deventer om de plaats van het ongeluk van Emmo en Karmin te bezoeken. Het is een mooie dag met blauwe lucht en wolken, precies zoals het vorige week ongeveer was. De laatste complete dag van hun leven.
Vorige week was ook de laatste dag van Kunst Kamers, waar ik een werk maakte in een leegstaande ruimte. Ik belde ’s avonds Emmo en Karmin nog om hen er met trots over te vertellen, maar ze waren nog niet thuis. Ze zouden het niet meer te zien krijgen….

Een paar kilometer voor de bestemming rijd ik langs een parkeerplaats met de markante naam ‘De Paal’. Net daarvoor voerde de A1 over de IJsselbrug bij Deventer. Dit moet het laatste ‘mooie’ landschap geweest zijn dat Emmo en Karmin hebben gezien voor hun abrupte einde. Wat daarna volgt is een strook rechte weg in het groen. Een twee-baans weg met een spitstrook aan de linkerkant, die 200 meter voor de plaats des onheils wordt samengevoegd naar rechts.
Naarmate ik de plek vanuit de auto nader, neemt mijn zintuiglijke waarneming toe, ik krijg een onbestemd gevoel in mijn buik. Wanneer ik het viaduct passeer waar het ongeluk is gebeurd, voel ik mij ronduit zenuwachtig. Er is echter nauwelijks iets dat opvalt, behalve de ‘schrammen’ op de betonen pilaar, die is duidelijk gehavend. Zou een viaduct na zo’n klap nog worden getest op stabiliteit?

Stoppen langs de snelweg lijkt hier ongepast en ik rijd een paar kilometer om. Terug bij het viaduct daal ik af naar beneden. Daar sta ik op de plek des onheils. In een alledaags oer-Hollands snelweg landschap even voorbij Deventer, hectometer paaltje 108,6.
In de eerste plaats is er ongeloof, de weg is recht, kaarsrecht. Lopend langs de snelweg zijn er geen remsporen. Er is aan de vangrail gewerkt, die is vernieuwd na het ongeluk. Pal naast de vangrail staat een waarschuwings billboard tegen te hard rijden, onbeschadigd. De auto moet hier tussendoor gereden zijn, recht op de fatale plek af.
De pilaar vertoond tekenen van een harde confrontatie met blik en rubber.
Er liggen een paar bosjes bloemen en gebroken glas tegenaan. Iemand heeft het nummerbord van de auto tegen de pilaar aangezet. Eromheen serviesscherven en plastic, vermoedelijk auto onderdelen. Verderop in het gras een olievlek, waarschijnlijk is daar de auto door het bergingsbedrijf overeind gezet.

Ik loop terug langs de snelweg om de toenadering van de auto naar de pilaar te begrijpen. Tot 100 meter van de plek is op de weg geen enkel opvallend detail te zien, geen remsporen, geen zilverkleurige auto onderdelen, geen olie op het wegdek, geen modder, geen vangrail. Geen omgeploegd gras langs de weg door een onverwachte stuurbeweging. De auto moet recht op de pilaar zijn afgereden om op het laatste moment door de vangrail te zijn gelanceerd. De vragen nemen alleen maar toe door hier te zijn. Wat is er gebeurd?

Speurend in het gras tussen de scherven ontdek ik een gebroken champagne glas, verpakt in wc papier. Ik zie Emmo of Karmin het in Rotterdam verpakken, ter voorbereiding van de opening in Berlijn. Er liggen nog meer scherven van servies. Even verder een recent kaartje van de boot naar Venetië. Hun laatste bestemming die werd gehaald. Het zijn op eens relikwieën geworden, daar eenzaam in het gras.

Mijn hart breekt als ik even later een oud parkeerkaartje in het gras vind. Nog net leesbaar, verbleekt door de zon lees ik ‘Erasmus Universiteit Rotterdam’, de datum is in februari 2011. De dag dat ik de auto van Emmo en Karmin leende om een afgelopen expositie die ik daar had uit te ruimen en het werk terug te transporteren.