dinsdag 3 maart 2009

Putje

In mijn tuin zit een ingemetselde put die overloopt. Wat erin zit is nog erger dan stront. Er moet een loodgieter komen. Wat is het toch met dit gilde? Een afspraak voor in de middag wordt niet nagekomen. Telefonisch kom ik achter onverwachte overdrukte. Daar waar de fatsoenlijke wereld even opbelt om de vertraging te melden wordt dat deze keer nagelaten.
Een nieuwe afspraak voor de volgende dag wordt overeengekomen, tussen 8 en 9 uur. Om half 9 bel ik hem op, ik wil niet nog een keer voor niets zitten. “9 uur ben ik zeker bij u....”, wordt gemeld en om 9:45 loopt een man met knecht en moddervoeten de kamer binnen. Ik verstom als ik de inhoud van het putje zie en mij realiseer dat deze man het leeg gaat halen. Terwijl hij bezig is mompel ik “wat een shit klus”. Hij antwoord met een veelbetekende knik “tja, je moet wat”.

maandag 2 maart 2009

Obscuur


Het is een donkere koude avond. Een van de slechtste om op het strand van Scheveningen te zijn. Hier werk ik aan een foto-essay over Scheveningen bad. Eerder schreef ik op deze plek over dit gebied. Diezelfde week kwam een opdracht op mijn pad over dit aanhangsel van Den Haag.
Ik fotografeer de teloorgang van de pier. Deze is deels gerenoveerd en deels in verval. In sommige steden is verval mooi zoals in Brighton. In Scheveningen heeft de vermenging van patat cultuur en ramsjcommercie bijgedragen aan het in verval geraakte straatbeeld.
Vanaf het dak van de pier richt ik mij op de ontmoeting van het licht en het donker boven de voortgaande zee. Hoe immaterieel ook lijkt een suggestie van ruimte te ontstaan.
Naast mij nadert een vrouwelijke jogger. Ze stretched en doet haar oefeningen op gepaste afstand. We zijn ons bewust van elkaar aanwezigheid op dit eenzame uur. Ik wil haar niet in de verlegenheid brengen en hou gepaste afstand. Bijna op mijn tenen verplaats ik de camera voor een volgende opname. Maar steeds is zij naast mij en kruisen onze blikken. Bij het verlaten van de pier maakt zij contact. Het gesprek gaat over de mist, het obscure en het leven.

zondag 1 maart 2009

Silves

Het plaatsje Silves ligt in een idyllische omgeving, een fort op de berg van het kleine dorpje en een rivier die de dorpskern doorsnijdt. We zitten op de kade terwijl we eten. Van het ingemaakte zuur springen de tranen in onze ogen, terwijl de zon reflecteert in het zilverkleurige water. Om ons heen hangt de geur van gegrilde vis en benzine dampen van de voorbij rijdende auto’s. In het midden van de weg bezweert een man het verkeer. Zijn boodschap klinkt als het eind der tijden. Niemand kijkt op, niemand stopt, het leven gaat er onverstoorbaar door.

Fractals


Achter een hek staat de bewaker. Hij wisselt de euro’s om in nigeriaanse naira’s. In het voorportaal van de bank waar we staan, heeft de transactie plaats gevonden.
Om toestemming te krijgen voor een foto overtuigd de bewaker ons van het gevaar voor zijn positie. Niemand mag zien dat dit architectonische onderdeel van de bank-fascade door ons wordt afgebeeld. Er is een omkoopbedrag nodig voor zijn weggedraaide blik. Voor vijf minuten krijgen we de tijd het beeld te maken.
Charles zweet en vind het maar niks al die onderhandelingen en zenuwachtige manoeuvres. Het liefst zou hij geldstrooiend door het leven gaan en zijn weg naar vrijheid banen. Bij ons staat de kwestie privaat en publiekelijk voorop, alleen, zo denken kan niet in dit land.

zaterdag 28 februari 2009

Zwart gat

Diep in de rots klinkt de zee. Haar golven denderen het aardse binnen en de wind kondigd die huilend aan. Diep onder mij wordt het land onder mijn voeten weggeslagen. Ik huil inwendig. Ik ben en niets anders.

donderdag 26 februari 2009

Ouders


Ik ben trots op mijn vader en mijn moeder. Het is inspirerend om te zien hoe zij hun leven vormgeven. Na een werkzaam leven hebben ze gekozen voor vrijwilligerswerk. Mijn vader geeft rondleidingen in een paleis en moeder werkt in de souvenirwinkel. Daarnaast staan ze altijd voor je klaar, precies zoals men hoopt dat ouders zijn.
Mijn vader kent kleine geneugten in zijn leven. Al zo lang als ik hem ken zit hij ’s avonds gebogen over zijn lectuur met de koekjes trommel tegen zijn borst geklemd. Zo vangt hij de kruimeltjes op. En altijd is het mijn moeder die de trommel op een moment van hem afpakt en weer op zijn plaats terugzet. Dan kijkt mijn vader haar ondeugend en liefdevol aan.

Licht


Er ligt een lampje los aan de binnenkant van de voorlamp van mijn auto. Het lampje rolt mee in de bochten, pas gisteren merkte ik het door gerammel op. Eerst een lichte ergenis, de gang naar de garage kondigde zich alweer aan. Ik hou namelijk niet van auto-garages, voel me daar overgeleverd aan de wetten van een onbekend land, altijd om onverklaarbare redenen veel te lange wachttijd. Maar het is een koplamp die moet worden uitgebouwd om een lampje te vervangen, een pittige klus voor een amateur.
’s Avonds scheen toch het licht in beide koplampen, op een afstand gaven ze geen verschil.
Een gedachte dient zich aan, het licht verloren zijn in jezelf en het toch weer vinden als het nodig is. Je ’s morgens zo wezenloos rot en waardeloos voelen, maar naarmate de dag vordert toch ergens een heilpuntje ontdekken, waardoor het licht ’s avonds weer schijnt.
De volgende morgen ligt het lampje nog steeds te rollen in de rechterkoplamp, er lijkt niets veranderd.