donderdag 26 maart 2009

Drum Bun


Mihai de chauffeur is een man van weinig worden. Zijn rijstijl is zeer temperamentvol, hij gast erop los en neemt de grootste risico’s. Hij is onsportief naar andere automobilisten, seint voortdurend met zijn grootlicht, scheld en toetert. Hij is vader van drie zoons, waarvan de jongste anderhalf jaar is. Met gepaste trots krijg ik een foto te zien van een partijtje bij McDonald’s. Dat woord kent iedereen en de hele setting ook, al heb ik het zelf nooit zo meegemaakt.
Ik weet niet waarom, maar ik vraag hem of hij ook nog andere kinderen heeft. Het duurt even als hij zijn dochter van 14 noemt, bijna met tegenzin. Die woont bij zijn eerste vrouw. In zijn ogen lees ik weggedrukt verdriet. Mihai en ik gaan moeizaam met elkaar om. Steeds krijg ik het gevoel dat ik hem te veel vraag, terwijl hij juist voor mij werkt. Als we afscheid nemen op het vliegveld omhelst en kust hij me onverwacht. We nemen afscheid met de woorden ‘Drum Bun’.

woensdag 25 maart 2009

Woede


Midden in de nacht schrik ik wakker uit een nachtmerrie. Ik droom over een bos waar ik wanhopig zoek naar een plek. Hier ligt iets en ik moet het vinden. Dat ben ik aan iemand schuldig. De paniek in de droom wordt vooral gevormd door het gebrek aan weten. Wat zoek ik, waar ligt het en waar ben ik? Om mij heen zie ik een wir war van boomstammen, half wit geschilderd als bakens in het nachtelijke licht. Zij begrenzen het gebied waar ik loop, maar geven weinig houvast.
Eenmaal wakker zoek ik verkoeling op het balkon van Hotel Rusca. Beneden ligt een kerkje, op een poster tracht ik de betekenis ervan af te lezen. Er staat iets op over Jules Verne, maar het blijft verder onduidelijk of het om een reconstructie gaat. Aan de overkant van het plein begint een man uit het raam te schreeuwen. Zijn woede wil ik nu niet voelen en ik keer terug naar de kamer. Misschien waren mijn blote benen voor hem aanstootgevend. Het schreeuwen houdt aan, de man wordt steeds bozer.
Een paar uur later schrik ik opnieuw van zijn geschreeuw wakker. Zijn woede is grotesk, zijn eenzaamheid moet enorm zijn. Als luisterpartner heeft hij de nacht die stilzwijgend zijn grieven aanhoort.

dinsdag 24 maart 2009

Dracula


Het verhaal van Count Dracula is minder spannend dan de film of het boek van Bram Stoker. Vlad Dracul was een dominator die regeerde over zijn gebieden, bestaande uit landerijen en boerderijen. Het volk betaalde hem belastingen. De onderdanen die niet gehoorzaamden strafte Vlad af door ze te pijnigen met een ijzeren pin. Die stak hij in de zijstreek van het lichaam. Het verhaal van Dracula de vampier stijgt de fantasie te boven. Misschien is het kasteel dat deze verbeelding kans gaf.
Om aan de visuele ruis van het stadje Bran te ontsnappen, en om een mooie diepte in het beeld te krijgen fotografeer ik het kasteel vanaf het balkon van een in het centrum gelegen hotel. De hotel eigenaar is er speciaal om 5 uur ’s morgens voor opgestaan. In gezelschap van Mihai ( chauffeur), Serban (producer) en Margreet (assistent) brengen we slechts 50 minuten door in deze kamer. De kortste tijd die ik ooit in een gehuurde hotel kamer doorbracht.

maandag 23 maart 2009

Tijdperk


Hunedoara, 400 kilometer verwijderd van Bukarest. Niet alleen bijzonder vanwege het prachtige kasteel. Bovenal een stadje met een gigantisch oud industrieel complex uit het Ceausescu tijdperk. Het stadje is er omheen gebouwd. Vanuit iedere hoek vormen de gigantische fabriekspijpen het decor. Hier werd het ijzer gemaakt op kilometers lange fabrieks terreinen. Nu alleen nog maar ruïnes, Hunedoara heeft haar kloppende hart verloren. Want er is verder niets meer, enkel herinneringen aan de oude tijd. Op het terrein zijn de bonkende machines haast hoorbaar, je verwacht om iedere hoek een batiljon van tanks tegen te komen.
In een van de gebouwen vinden we een hoog standpunt voor de foto die we willen maken. De meeste bouwwerken zijn echter gestript tot het bot, de trappenhuizen weggehaald. Het is vooral de schaal van dit alles dat nog getuigd van een groots industrieel tijdperk.

zondag 22 maart 2009

Reisziekte


Een nacht met weinig slaap in een hotel zonder gasten. In de vroege morgen nemen we de snelweg landinwaarts. Na 125 kilometer van Bukarest houdt deze op. Naar verluidt beloofd de regering van dit land al jaren meer snelwegen, maar tot nu toe blijft het bij beloften.
De smalle weg volgt nu de rivier, het adembenemende landschap veranderd zienderogen. Er zijn veel zwerfhonden en rookpluimen uit schoorstenen. De chauffeur jakkert voort en iedereen in de auto probeert met de ogen dicht te ontsnappen aan een opkomende reisziekte.
Na 3 uur zijn we nog maar op de helft, maar beter gewend aan de grillige rijstijl. Vlak voor de bocht worden nog even drie auto’s ingehaald zonder enig zicht te hebben aan de horizon.
Het is een vreemde gewaarwoording in een land te zijn zonder precies te weten waar. Een landkaart ontbreekt en het enige wat ik kan doen is vertrouwen op het richting gevoel van de chauffeur. Deze spreekt geen woord engels en als ik hem iets vraag herhaald hij het meest opvallende woord uit de uitgesproken zin.

zaterdag 21 maart 2009

Nooit gemaakt


Durban een jaar geleden. Op het kussen van mijn bed ligt een snoepje van de schoonmaakster. Terwijl ik ’s avonds hunker naar mijn lief klapperen de deuren van het balkon in de ferme wind. Een constante factor in deze stad. ’s Morgens om 6 uur stormt het onverminderd. In de zee deinen zwarte stippen op en neer, de hoofden van surfers, wachtend op de ultimate wave.
Bij het verlaten van het hotel is het de abrupte wind die striemende zand vlagen in de ogen stuurt. ’s Avonds probeer ik dit natuur-geweld te fotograferen, maar het blijft bij een poging, de wind is te sterk. Het statief houdt de camera onmogelijk stil. Een van de nooit gemaakte foto’s die mij blijft achtervolgen.

woensdag 18 maart 2009

Mist


Er breekt een nieuwe tijd aan, de vroege ochtendmist kondigt dit aan. De Erasmusbrug is verdwenen in een witte wolk. Terwijl ik over de Willemsbrug fiets en het ijle Noordereiland zie liggen moet ik denken aan mijn vertrek uit Shanghai twee jaar geleden. Midden in de nacht werd ik gebeld door de taxi die mij naar Pudong zou brengen. Het was donker en tijdens de rit werd het licht. Met het lichter worden werd ook de mist zichtbaar. De stad verdween hierdoor uit het zicht. De tegenwoordige tijd veranderde, terwijl ik er nog in verbleef, in een herinnering.
details over dit werk hier.